vrijdag 7 februari 2014

Wat je niet ziet, bestaat niet


Toen mijn kind vroeg hoe je kunt weten of God bestaat terwijl je hem niet ziet, werd ik even stil..
Raak mijn arm eens aan? vroeg ik. En -tik- mijn arm werd aangeraakt.
En nu mijn hand.
Mijn hoofd.
Mijn borst.
Dit is een leuk spelletje dacht mijn kind.
Mijn liefde.
Nu aarzelde het. Voorzichtig raakte het de plaats van mijn hart aan.
Dat heb je net al aangeraakt, dat was mijn borst.
Mijn arm werd zachtjes aangeraakt.
Dat is mijn arm!
Volledig in verwarring riep mijn kind dat je liefde niet kunt aanraken, maar alleen kunt voelen.
En zo is het ook met God, mijn kind...

Diepe indruk maakte deze dialoog op mij. Die ik ooit ergens las, al voor ik zelf kinderen had. Wat mooi als je zo begrijpelijk met je kinderen kunt praten over wat geloven is voor jou.
Ik vraag mijn zoon van 6 of God bestaat. Ja! krijg ik enthousiast terug.
Maar kun je hem ook zien dan? wil ik vervolgens weten.
Dat niet, want hij zit in je hart.
Bijna ben ik teleurgesteld dat ik het mooie spelletje van raak-eens-aan niet kan spelen met hem. Bijna.



Deze column is gepubliceerd in Perspectief, 22e jaargang, nummer 2, 7 februari 2014

Geen opmerkingen:

Een reactie posten