maandag 8 december 2014

Next Generation

Ze komt binnen. Even op de koffie omdat hij net terug is met verhalen uit China. De kinderen laten supertrots hun nieuwste aanwinsten zien. Papa heeft ze gruwelijk verwend. En dat nog wel in de tijd dat de Goed Heiligman ons land aandoet.

Ze kijkt meewarig rond en vraagt mij of misschien zichzelf hardop af of de kinderen van tegenwoordig straks nog wel tevreden kunnen zijn.  Ik kijk met haar mee. Ook ik zie veel speelgoed en spullen in mijn huis rondslingeren. Ik herinner mij hoe ik de afgelopen week mijn stinkende best moest doen om niet nog meer te kopen. De aanbiedingen maakten de verleidingen erg groot. In eerste instantie was ik niet erg blij met de kado’s waarmee “papa” thuiskwam. Dat gevoel ebde weg toen ik zag hoe ontzettend blij en dankbaar de kinderen waren. Diezelfde lichtjes zie ik nu weer in hun ogen als ze alles showen.

Of de vraag nu werkelijk aan mij gericht is of niet, ik antwoord rustig en met een vol hart terug. De jeugd van tegenwoordig is niet meer zo gehecht aan bezit. De deeleconomie past goed bij hen. Waarom zou je een boor kopen als je op jezelf gaat wonen, terwijl je er ook eentje kunt lenen bij jouw nieuwe buur via peerby.com? Waarom zou je een spijkerbroek kopen als je er eentje kunt huren? De nieuwe generatie komt met de mooiste ideeën en ondernemingen. Veelal duurzame en maatschappelijk betrokken ondernemingen.


Ik kan niet wachten op wat de toekomst nog meer in petto heeft voor ons met deze generatie verbinders! 

vrijdag 17 oktober 2014

Als het vuur gedoofd is..



Het is druk hierboven. Er zijn verschillende mensen die zich in het donker om mij heen verzamelen. Twee vrouwen, drie mannen, een jongeman en twee jonge dames. Ik geniet het meest van de momenten met het jongste meisje. Ze is stil en staart veel naar mij. Iedere dag heeft zij hetzelfde ritueel. Ze pakt haar schrift en pen, schuift haar stoel dicht tegen de tafel aan en steekt mij aan met lucifers. Het meisje is gefascineerd door mijn vlam. Ik kan bijna haar hersens horen kraken. Er gaat veel om in dat koppie. Dat weet ik zeker. Ze vertrouwt het allemaal toe aan het papier.

Soms schrikt ze op als ze buiten harde geluiden hoort. De laatste tijd gebeurt dat steeds vaker. We horen vlak boven ons zware vliegtuigen voorbij komen. Sirenes beginnen te loeien door de straten van de stad. Meestal gevolgd door een aantal knallen. De mensen worden dan onrustig en beginnen  heen en weer te schuiven over de houten vloer. Er zijn momenten dat het hele huis lijkt te trillen. Ik moet dan erg mijn best doen om te blijven schijnen.     

Meestal zijn de mensen stil hier in huis. Ze slapen veel, lezen en praten met gedempte stem met elkaar. Altijd is er angst. Waarvoor weet ik niet precies. Maar er is een peertje, precies boven mij. Die doen de mensen nooit aan. Ze verzamelen zich rond mijn licht. Ik doe hard mijn best om alles te geven wat ik in mij heb. Ik hoop dat deze verdrietige mensen zich een beetje aan mij kunnen verwarmen. Ik weet dat het meisje dat doet. Dat zie ik in haar dromerige blik.


Vandaag is het anders. Er is iets aan de hand. Ik hoor vreemde stemmen. Ze spreken in een andere taal. Luide passen raken de vloer. Het huis piept en kraakt. Het lijkt haast te krijsen. De stappen komen steeds dichterbij. Het meisje en de andere mensen zijn bang. Ze verstoppen zich voor de voetstappen. De boekenkast gaat van haar plaats. “Mitkommen!” hoor ik nog net, voordat mijn licht gedoofd wordt…  


Schrijfopdracht oktober 2014, Markant

zaterdag 26 juli 2014

Doodgewoon


Als ik mijn zoon naar bed breng, krijg ik extra lieve knuffels van hem. Hij zag mijn tranen eerder op de dag..
Ik bedank hem ervoor en vertel hem dat ik ze goed kan gebruiken nu ik verdrietig ben. Hij weet waar ik vandaag was. Hij stelt vragen over mijn bijzondere tante die ongeneeslijk ziek is en mijn geweldige oma die al bijna een jaar op bed ligt. Hij vindt het eigenlijk vooral verdrietig voor hen. Met zijn bijna zeven jaar is het moeilijk om te begrijpen dat iemand voldaan terug kan kijken op een rijk leven en berusting vindt in de naderende dood. Zijn toekomst ligt nog voor hem.
"Ik wil eigenlijk nog één ding weten mam.. Hoe ziet het er uit als je dood bent?"
Ik wist dat zo'n vraag nog zou komen. Daar zat ik al over na te denken op de terugweg in de auto. Wat vertel ik mijn kinderen over de dood? Wat vertel ik hen over de hemel? Ik ben opgegroeid met het verhaal van mijn ouders die de hemel zo mooi hadden geschetst voor mijn zussen toen hun zusje overleed, dat de buurvrouw mijn moeder waarschuwde voor mijn zus die over de weg liep. Zij wilde ook wel naar de hemel! Daar was het zo mooi. Mijn ouders moesten hun verhaal toen iets bijstellen ;-)
Uiteindelijk komt geloofsopvoeding steeds uit bij de vraag waar geloof jijzelf in? Wat geloof ik dat er gebeurt met mensen die overlijden? Is er een hemel? Bestaat de hel? Hoe kom je in de hemel? De antwoorden daarop liggen bij mij vrij open.
Ik besluit terug te gaan naar de vraag van mijn zoon, want die was eigenlijk wel heel mooi gesteld. En als ik dichtbij zijn vraag weet te blijven, dan vind ik de aansluiting. Ga ik niet aan de haal met mijn eigen vragen, maar kan ik een gesprekje voeren op zijn niveau. Ik hoef hem alleen maar te volgen.
"Dat weet ik eigenlijk niet..." antwoord ik hem. Nog voordat ik door wil gaan op dit waarschijnlijk onbevredigende antwoord zegt David: "Oh nee, natuurlijk niet. Want dat kunnen de doden ons niet vertellen!"
En zo is het. Het blijkt maar weer hoe klein antwoorden op grote vragen kunnen zijn. 


gepubliceerd op 25 juli 2014 in Perspectief

dinsdag 10 juni 2014

Handelen zonder missie

Wat mij vooral opvalt tijdens 4 dagen Istanbul is de hoeveelheid handel en de manier waarop gehandeld wordt. Een generalistisch beeldblog, gebaseerd op mijn subjectieve bevindingen met enkele feiten via verslaggever Marc Guillet [www.enjoy-instanbul.com].

Beter goed gejat, dan slecht bedacht
Waar wij blijven nadenken over onze kwaliteiten, profilering en toegevoegde waarde, wordt hier niet lang stil gestaan bij unique selling points. Doen wat werkt. Werkt het niet meer, dan doen we weer wat anders. Zo tel ik in een straat binnen 150 meter 14 [!] winkels die trofeeën verkopen. Er valt natuurlijk ook zoveel te winnen!

Drie winkels naast elkaar met hetzelfde goed

Het lijkt wel of de winkels geclusterd zijn op hun verkoopwaar in de stad. Zou het een oude bazaar style zijn? In de Grand Bazaar ben ik maar gestopt met tellen van kraampjes die dezelfde handel verkopen.

Entree Grand Bazaar

Kunst is geen kunstje
Kunst gebruiken wij volop in openbare ruimtes. Hier ziet men in openbare ruimtes zoals deze tunnel, een prima plek voor...juist..handel!

Tunnel Galatabrug

Beeldende kunst krijgt langzaam vorm in Turkije sinds het verbod om mensen en dieren te verbeelden is opgeheven. Pas in 2005 is er een museum voor moderne kunst gebouwd in Istanbul. Street art laat zien hoe mooi modern hand in hand kan gaan met oud.

Graffiti art bij de Galatatoren

Kunstboom in het Gülhane park bij Topkapi paleis

Graffiti vogel bij restaurant Kiva

Kijken, kijken, niet kopen
Het warme bloed van de Turken vind je terug in hun verkooptechnieken. We maken een gezellig praatje op straat, worden uitgenodigd voor een kopje thee, lopen wat gangetjes door naar achteren en bevinden ons 'plots' in een grote lederwinkel.

verborgen grote ledershop
Er moeten jassen worden gepast. Je voelt de druk oplopen. Er wordt ingespeeld op jouw gevoel. Er moet gehandeld worden. En in plaats van op de inhoud [kwaliteit] van het product te zitten, wordt hier verkocht vanuit relaties. Alles is relationeel. Mensen verkopen niet alleen, maar doen dat vanuit een netwerk. Vraag je een willekeurig iemand de weg naar een specifieke Hammam, dan weet diegene niet de weg naar dat bad maar kan je wel de weg wijzen naar een andere. Waarschijnlijk in beheer van een familielid of bekende. Gevangen in de kluwen van de sociale structuren van het land.
Daarnaast is verkopen ook een kwestie van statistiek. Des te meer mensen je aanspreekt, des te meer kans je maakt. Koude acquisitie is hier met de paplepel ingegoten.

infographic via twitter

Show them what you got babe
In de PC Hooftstraat van Istanbul [de Bagdat Caddesi] vind je westerse marketing terug. Mooie winkels met volop ruimte voor het protserig uitstallen van het waar. Een poloshirt kost dan ook al gauw zo'n 1500 euro. Een aantal straten verderop, worden poloshirts aangeboden vanuit dozen. Zelfs vanuit de kofferbak.

Kofferbakverkoop

Niet van dezelfde zachte stof, maar deze exemplaren van 15 euro gaan vast niet 100 x minder lang mee. In het ene geval is een polootje handel, in het andere geval lifestyle.  Maar als je geld hebt, dan moet je het ook laten zien. En met 34 miljardairs in Instanbul is er geld. Veel geld.
De andere kant van de samenleving is er ook. Immer in schril contrast. Zo is discounter Bim [gebaseerd op Aldi concept, groot geworden onder een Nederlandse ceo] de marktleider geworden met circa 3500 winkels in Turkije, Egypte en Marokko. Met als kanttekening dat supermarkten hier maar 10% van alle levensmiddelenwinkels bedraagt. Er zijn zo'n 550.000 kleine middenstanders die 7 dagen per week open zijn van 08.00-24.00 uur. We spraken er zelfs eentje die zijn deuren al om 06.00 uur opent. Tel uit je slaap!

Geen zorgen om de dag van morgen
Het maken van plannen en uitwerken van strategieën weerhoudt ons dikwijls van ondernemen. Maar hier wordt gehandeld! Je zet een tafeltje neer en je gaat ervoor. Prachtig!
Waarom moeilijk doen, als het makkelijk kan?

en zo heb je een kraampje!

of zo.. ;-)

vrijdag 28 maart 2014

Ik stond er bij en ik keek ernaar..

 

Om heel eerlijk te zijn, vind ik zo’n discriminatiemeldpunt (art.1) in de stad overdreven. Daar zitten mensen op die betaald worden met gemeenschapsgeld. Zonde toch? Want in mijn ogen is discriminatie geen issue. Zeker niet iets om een meldpunt van te maken met betaalde krachten. Dat is toch uitermate efficiënt gedacht van mij? Uitermate naïef ook, zo bleek vandaag..

Ik bevind mij dan ook in een omgeving met mensen die verder kijken dan hun neus lang is, interesse hebben in dingen of mensen die anders zijn, met zelfvertrouwen de wereld open tegemoet treden.
Het MINDER, MINDER, MINDER verhaal van Wilders vond ik aanstootgevend, maar niet shockerend. Ik keek vooral beroepsmatig en zag de werking van groepsdruk. Je zag die man naast Wilders wat aarzelend “minder” roepen en naarmate de groep meedeed, werd ook zijn roep standvastiger. Maar de vertwijfeling was gespot. Zo werkt dat binnen de groepsdynamica en Wilders weet daar goed op in te spelen. Van hem had ik niet anders verwacht. Dat er veel mensen zijn die denken wat hij roept, daar kan ik echter met mijn pet niet bij. Hoe naïef ben ik?


Vandaag op de markt kwam discriminatie keihard binnen in mijn wereld. Bij de bloemenkraam. Met de aardige mevrouw die ineens een donkere kant van zichzelf liet zien. Ik rekende af met haar en achter mij stond een leuke vlotte vrouw met een hoofddoek. De marktkoopvrouw siste mij vertrouwelijk toe: “Die zie je hier nooit..” Ik dacht te begrijpen wat ze bedoelde, maar dat kon toch niet waar zijn? Dus ik vroeg haar wat ze bedoelde. Ze beantwoordde mijn vraag niet. Ze richtte zich op de vrouw met de hoofddoek die aan haar vroeg of de tulpen die samen in 1 papier zaten de drie bossen waren van de aanbieding. Iets wat ik jaren geleden ook eens vroeg. Ik kreeg toen een gepast antwoord (het zijn er 5). De vrouw die nu naast mij stond niet. 

“Ja, dat zou je wel willen hè?!” klonk het bits. De vrouw met de hoofddoek verschoot van kleur. Zij voelde goed aan wat er hier gebeurde. Ze had het misschien al veel vaker meegemaakt en herkend. Ik niet. Ik stond er bij en ik keek er naar. Niet wetend wat te doen of wat te zeggen. Als een mak schaap. 

Het werd plots erg koud daar in het zonnetje op de markt…

dinsdag 4 maart 2014

Van binnen naar buiten


Op twitter ontmoet ik hem. @renedakloos heet ‘ie. Hij geeft een kijkje in zijn keuken. Een wereld van slaapplaatsen zoeken, geregeld honger lijden, omgaan met verslaving en vechten tegen depressie.
Het brengt mij terug in de tijd dat mijn vader op het Hoogeland in Beekbergen werkte. Een voorziening die een thuis biedt aan dak- en thuisloze mannen en vrouwen met lichamelijke (ouderdoms)klachten. Zij kunnen niet meer voor zichzelf zorgen, maar voelen zich niet op hun gemak in een ‘gewoon’ verzorgingstehuis.

Ik was een tiener en dacht zwart-wit. Door zijn verhalen thuis en de bezoekjes op zijn werk, ontdekte ik dat dak- en thuislozen niet eng zijn maar vooral mens. Dat besef gaf mijn vader mij.
Renedakloos heeft een moeilijke tijd. Terwijl hij een flesje water vult in de w.c. van de McDonalds in Amsterdam, wordt hij in elkaar geslagen door een medewerker. Een paar bezoekers vallen het personeelslid bij. Zij zien een stuk vuil. En zo begint hij zich te voelen. Hij is zich ervan bewust hoezeer hij stinkt. Hoe vermagerd hij is. Het gaat me aan het hart.

Als we met ons gezin een dagje onze hoofdstad aandoen, ontmoeten we hem en zijn vriendin. Een aangename, welbespraakte en warme man. Zijn verwondingen duidelijk zichtbaar. Het leven op zijn gezicht getekend. Onmiskenbaar een zwerver.
Mijn kinderen spelen wat om ons heen. Zij zien een man en een vrouw. Die een praatje houden met hun ouders. Die een praatje houden met hen. Een aardige meneer en mevrouw. Die een knuffel en kussen krijgen van hun mama. Zij zien geen zwervers, maar mensen.

De 40dagentijd is voor ons begonnen. De ongeziene gezien.

vrijdag 7 februari 2014

Wat je niet ziet, bestaat niet


Toen mijn kind vroeg hoe je kunt weten of God bestaat terwijl je hem niet ziet, werd ik even stil..
Raak mijn arm eens aan? vroeg ik. En -tik- mijn arm werd aangeraakt.
En nu mijn hand.
Mijn hoofd.
Mijn borst.
Dit is een leuk spelletje dacht mijn kind.
Mijn liefde.
Nu aarzelde het. Voorzichtig raakte het de plaats van mijn hart aan.
Dat heb je net al aangeraakt, dat was mijn borst.
Mijn arm werd zachtjes aangeraakt.
Dat is mijn arm!
Volledig in verwarring riep mijn kind dat je liefde niet kunt aanraken, maar alleen kunt voelen.
En zo is het ook met God, mijn kind...

Diepe indruk maakte deze dialoog op mij. Die ik ooit ergens las, al voor ik zelf kinderen had. Wat mooi als je zo begrijpelijk met je kinderen kunt praten over wat geloven is voor jou.
Ik vraag mijn zoon van 6 of God bestaat. Ja! krijg ik enthousiast terug.
Maar kun je hem ook zien dan? wil ik vervolgens weten.
Dat niet, want hij zit in je hart.
Bijna ben ik teleurgesteld dat ik het mooie spelletje van raak-eens-aan niet kan spelen met hem. Bijna.



Deze column is gepubliceerd in Perspectief, 22e jaargang, nummer 2, 7 februari 2014

woensdag 1 januari 2014

Prinses op de erwt

Als jongste van drie meiden thuis kreeg ik geregeld kleding doorgeschoven. Niks mis mee.  Dit is zeker niet bedoeld als klaagzang, want ik kreeg ook genoeg nieuws.. Ik haal dit aan om mijn vertrouwdheid met het fenomeen "doorschuiven" te illustreren. Een patroon dat manlief gewillig doorzette met zijn oude mobieltjes, laptops, ski's, etc.

Vorig jaar skiede ik mijn ski's kapot. Hoewel ik er nog geen afscheid van wilde nemen, moest dat noodgedwongen.. Ik zag mijn man al loeren naar nieuwe ski's voor hem. Maar dat liet ik mij niet gebeuren! Geen doorschuiver voor mij dit keer. Nu was ik aan de beurt. Dat ik zijn ski's heerlijk vond skiën, daar had ik het natuurlijk niet meer over.

Ik begon (ik noem het gemakshalve grapjes, je zou het ook steekjes onder water kunnen noemen) met het maken van grapjes dus. Niet zonder succes.. Zonder morren vond De Man het prima dat ik voor nieuwe ski's zou gaan dit jaar. Als een prinses op de erwt probeerde ik bijna alle ski's van de Intersport uit. Om vervolgens tot de conclusie te komen dat ik net zo lief op de 'oudjes' van mijn man skie.

Zucht..
When I'm old and wise..