Om heel eerlijk te zijn, vind ik zo’n
discriminatiemeldpunt (art.1) in de stad overdreven. Daar zitten mensen op die betaald
worden met gemeenschapsgeld. Zonde toch? Want in mijn ogen is discriminatie
geen issue. Zeker niet iets om een meldpunt van te maken met betaalde krachten.
Dat is toch uitermate efficiënt gedacht van mij? Uitermate naïef ook, zo bleek
vandaag..
Ik bevind mij dan ook in een omgeving met mensen die
verder kijken dan hun neus lang is, interesse hebben in dingen of mensen die
anders zijn, met zelfvertrouwen de wereld open tegemoet treden.
Het MINDER, MINDER, MINDER verhaal van Wilders vond ik
aanstootgevend, maar niet shockerend. Ik keek vooral beroepsmatig en zag de werking
van groepsdruk. Je zag die man naast Wilders wat aarzelend “minder” roepen en
naarmate de groep meedeed, werd ook zijn roep standvastiger. Maar de
vertwijfeling was gespot. Zo werkt dat binnen de groepsdynamica en Wilders weet
daar goed op in te spelen. Van hem had ik niet anders verwacht. Dat er veel
mensen zijn die denken wat hij roept, daar kan ik echter met mijn pet niet bij.
Hoe naïef ben ik?
Vandaag op de markt kwam discriminatie keihard binnen in
mijn wereld. Bij de bloemenkraam. Met de aardige mevrouw die ineens een donkere
kant van zichzelf liet zien. Ik rekende af met haar en achter mij stond een leuke vlotte vrouw met een hoofddoek. De marktkoopvrouw siste mij vertrouwelijk toe: “Die
zie je hier nooit..” Ik dacht te begrijpen wat ze bedoelde, maar dat kon toch
niet waar zijn? Dus ik vroeg haar wat ze bedoelde. Ze beantwoordde mijn vraag niet.
Ze richtte zich op de vrouw met de hoofddoek die aan haar vroeg of de tulpen
die samen in 1 papier zaten de drie bossen waren van de aanbieding. Iets wat ik
jaren geleden ook eens vroeg. Ik kreeg toen een gepast antwoord (het zijn er 5).
De vrouw die nu naast mij stond niet.
“Ja, dat zou je wel willen hè?!” klonk
het bits. De vrouw met de hoofddoek verschoot van kleur. Zij voelde goed aan
wat er hier gebeurde. Ze had het misschien al veel vaker meegemaakt en herkend.
Ik niet. Ik stond er bij en ik keek er naar. Niet wetend wat te doen of wat te
zeggen. Als een mak schaap.
Het werd plots erg koud daar in het zonnetje op de markt…
