zaterdag 26 juli 2014

Doodgewoon


Als ik mijn zoon naar bed breng, krijg ik extra lieve knuffels van hem. Hij zag mijn tranen eerder op de dag..
Ik bedank hem ervoor en vertel hem dat ik ze goed kan gebruiken nu ik verdrietig ben. Hij weet waar ik vandaag was. Hij stelt vragen over mijn bijzondere tante die ongeneeslijk ziek is en mijn geweldige oma die al bijna een jaar op bed ligt. Hij vindt het eigenlijk vooral verdrietig voor hen. Met zijn bijna zeven jaar is het moeilijk om te begrijpen dat iemand voldaan terug kan kijken op een rijk leven en berusting vindt in de naderende dood. Zijn toekomst ligt nog voor hem.
"Ik wil eigenlijk nog één ding weten mam.. Hoe ziet het er uit als je dood bent?"
Ik wist dat zo'n vraag nog zou komen. Daar zat ik al over na te denken op de terugweg in de auto. Wat vertel ik mijn kinderen over de dood? Wat vertel ik hen over de hemel? Ik ben opgegroeid met het verhaal van mijn ouders die de hemel zo mooi hadden geschetst voor mijn zussen toen hun zusje overleed, dat de buurvrouw mijn moeder waarschuwde voor mijn zus die over de weg liep. Zij wilde ook wel naar de hemel! Daar was het zo mooi. Mijn ouders moesten hun verhaal toen iets bijstellen ;-)
Uiteindelijk komt geloofsopvoeding steeds uit bij de vraag waar geloof jijzelf in? Wat geloof ik dat er gebeurt met mensen die overlijden? Is er een hemel? Bestaat de hel? Hoe kom je in de hemel? De antwoorden daarop liggen bij mij vrij open.
Ik besluit terug te gaan naar de vraag van mijn zoon, want die was eigenlijk wel heel mooi gesteld. En als ik dichtbij zijn vraag weet te blijven, dan vind ik de aansluiting. Ga ik niet aan de haal met mijn eigen vragen, maar kan ik een gesprekje voeren op zijn niveau. Ik hoef hem alleen maar te volgen.
"Dat weet ik eigenlijk niet..." antwoord ik hem. Nog voordat ik door wil gaan op dit waarschijnlijk onbevredigende antwoord zegt David: "Oh nee, natuurlijk niet. Want dat kunnen de doden ons niet vertellen!"
En zo is het. Het blijkt maar weer hoe klein antwoorden op grote vragen kunnen zijn. 


gepubliceerd op 25 juli 2014 in Perspectief